Wanneer organisaties de kloven rond armoede niet kennen of verkeerd inschatten, kan dat grote schade aanrichten bij gezinnen. Professionals zien dan vooral het gedrag, niet de context. Een lege koelkast wordt gezien als “verwaarlozing”, terwijl het vaak simpelweg armoede is. Een ouder die niet op afspraken verschijnt lijkt “onverschillig”, terwijl hij misschien geen geld heeft voor vervoer of overspoeld is door stress.
Als je die kloven niet begrijpt beoordeel je ouders op symptomen van armoede in plaats van op hun intenties, vertelt ervaringsdeskundige Alex Schepel van Expertisecentrum Sterk uit Armoede. ‘Dat leidt tot wantrouwen, miscommunicatie en soms zelfs onnodige uithuisplaatsingen. Jeugdbescherming Noord is één van de voorbeelden waar het mis ging. Niet begrijpen wat armoede met een gezin doet, betekent dat je met de beste bedoelingen toch schade kunt veroorzaken. Ervaringskennis is daarom geen luxe, maar een noodzaak.’
In Nederland bestaan er kloven die dieper zijn dan we op het eerste gezicht zien. Kloven die gaan over kansen, systemen, emoties en het simpele recht om mens te mogen zijn. Alex werkt dagelijks met mensen die leven in schaarste. Hij kent de kloven niet alleen professioneel, maar ook persoonlijk. ’Armoede is geen gebrek aan karakter, maar een gebrek aan kansen. Veel mensen denken nog altijd dat armoede een individueel probleem is. Maar het zijn juist de systemen die mensen klein houden.’
Gevolgen zijn groot
Samengevat zijn er vijf kloven die de afstand tussen mensen in armoede en de rest van de samenleving bepalen: de structurele of participatiekloof, de gevoelskloof, de positieve-krachtenkloof, de kenniskloof en de vaardigheidskloof. We lopen ze met Alex langs. ‘De structurele kloof is de kloof die het meeste pijn doet, zegt hij. ‘Het gaat om wat mensen rechtmatig zouden moeten krijgen, maar structureel niet krijgen. Mensen met weinig geld zijn vaak overgeleverd aan de goedkoopste huurhuizen: vochtig, schimmel, tocht. Je kunt stoken wat je wilt, het wordt toch niet warm.’
De gevolgen zijn groot. Gezondheidsproblemen zoals COPD komen vaak voort uit slechte woonomstandigheden. Ook in het onderwijs en in de rechtspraak ziet Alex ongelijkheid terug. Hij verwijst naar onderzoek dat aantoont dat mensen uit arme buurten vaker zwaarder worden gestraft. https://www.boomportaal.nl/tijdschrift/BSb/BSb_2666-6901_2024_005_003_003 ‘Niet omdat ze slechtere mensen zijn, maar omdat rechters denken dat ze hardleers zijn. Terwijl de omstandigheden gewoon niet veranderen.’
We zijn kuddedieren
Zelf ondervond hij de structurele kloof in zijn eigen woning. ‘Ik verdiende net te veel voor een tegemoetkoming. Dus draaide ik alle radiatoren dicht. We hebben een winter lang in de kou gezeten, onder dekentjes. We zijn er ziek van geworden. Maar ik moest wel — anders redde ik het niet.’ En dan is er nog de cultuurkloof. Niet iedereen krijgt van huis uit mee dat cultuur bestaat en betekenisvol kan zijn, laat staan dat er geld is voor musea of muzieklessen. ‘Bestaanszekerheid is ooit bedacht als: je krijgt een uitkering, dan kun je bestaan. Maar je kunt niet leven. Cultuur, gezondheid, meedoen; dat blijft allemaal liggen.’
En dan is er de gevoelskloof. Armoede is zelden alleen financieel. Het is ook sociaal, emotioneel en relationeel. Alex noemt dit ‘de kloof van het erbij willen horen’. ‘We zijn kuddedieren. We willen erbij horen, ook als het financieel eigenlijk niet kan.’
Het gevoel erachter
Hij ziet het bij ouders die hun kind een telefoon, merkkleding of een fatbike geven. Niet uit luxe, maar uit angst voor uitsluiting. ‘Ouders worden veroordeeld omdat ze “domme dingen” doen: lenen, rekeningen laten liggen. Maar niemand ziet het gevoel erachter. Niemand wil dat zijn kind wordt gepest omdat het “anders” is.’ Het leidt tot stress, schuldgevoel en schaamte. En tot een gekwetste binnenkant. ‘De grootste wond die ik zie is minderwaardigheid. Het idee: ik hoor er niet bij, ik ben niet goed genoeg. Veel mensen uit armoede voelen zich tweederangs burgers.’
En dat schuurt, want juist mensen die het zelf nooit hebben meegemaakt, schrijven vaak beleid voor deze groepen. Er is een enorme mis-match tussen de leefwereld van mensen in armoede en de systeemwereld van professionals.’’
Veerkracht en creativiteit
Het minst gezien, maar volgens Alex misschien wel het belangrijkst, is de kloof in hoe we kijken naar de kracht van mensen in armoede. De positieve-krachtenkloof. ‘Men denkt nog te vaak dat armoede gelijk staat aan lui, dom of ongeïnteresseerd. Maar ik zie juist het tegenovergestelde: ongekende veerkracht en creativiteit.’ Hij vertelt over kinderfeestjes vroeger. ‘Met krantenpapier en papier-maché maakten we de mooiste dingen. Andere ouders kochten hapjes met vlaggetjes, wij maakten ze zelf. Daar werd wel eens met wat jaloezie naar gekeken.’
Ook financieel is creativiteit noodzakelijk. ‘Als je een week met zes tientjes een heel gezin kunt voeden, dan kun je met geld omgaan. Dat vraagt meer planning dan menigeen met een goed salaris ooit hoeft te doen.’ De samenleving ziet die kracht nauwelijks. Dat leidt tot misverstanden, verkeerde hulp en stigma’s. Alex vertelt hoe een bewindvoerder eens al vóór het gesprek opschreef: “Vast dingen op afbetaling gekocht.” ‘Vooroordelen liggen altijd klaar. Maar niet iedereen komt door afbetaling in de problemen. Soms is het gewoon pech, ziekte, of structurele uitsluiting.’ Solidariteit is een ander onderschat talent. ‘Mensen die het meest geven zijn vaak de mensen die zelf heel weinig hebben. Zij weten hoe het voelt om niets te hebben.’
Boos of vrolijk
Er is ook kenniskloof. Kennis van de samenleving is lang niet voor iedereen vanzelfsprekend. Alex groeide zelf op ‘in een bubbel’. ‘We wisten niets van regels, wetten of processen. Alles buiten de wijk voelde vijandig. Politici waren geen vrienden, instanties moest je wantrouwen.’ Die angst voor “de buitenwereld” zit diep. ‘Je ging niet naar het consultatiebureau, want voor je het wist was je je kind kwijt. Dat soort verhalen leefden bij ons.’ Dat dit gevoel nog steeds leeft merkte hij onder andere tijdens het trainen van ervaringsdeskundigen in Amsterdam zuidoost.
De vijfde en laatste kloof is de vaardigheidskloof. Veel mensen in armoede krijgen weinig ruimte om vaardigheden te ontwikkelen die elders vanzelfsprekend zijn: conflicthantering, opvoedvaardigheden, administratie, omgaan met emoties. Alex is eerlijk over zijn eigen jeugd. ‘Ik kende maar twee emoties: boos of vrolijk. Dat was het. En conflicten sloegen we eruit. Daarna werd er niet meer over gepraat.’ Dat werkte door in relaties, opvoeding en werk. Pas veel later leerde hij andere manieren van communiceren en voelen. Ook financiële vaardigheden worden vaak verkeerd begrepen.
‘Wij goochelden met acceptgiro’s. Dan liet je er eentje liggen, betaalde een andere. Eén keer per jaar, bij het vakantiegeld, stond je weer op nul. Dat voelt als controle.’ Het is geen domheid, zegt hij, maar overlevingslogica.
Vooroordelen doorbreken
De kloven in armoede gaan niet over persoonlijke fouten of karakterzwakte. Ze gaan over systemen, verwachtingen, mentale erfenissen en onzichtbare regels. Over kinderen die niet willen achterblijven, ouders die willen beschermen, volwassenen die nooit hebben geleerd te voelen of te vertrouwen. En over de enorme kracht van mensen die elke dag opnieuw opstaan in omstandigheden die de meesten zich niet kunnen voorstellen. Alle kloven samen vormen een landschap dat je alleen begrijpt als je het zelf hebt bewandeld, zegt Alex. ‘Daarom is het werk van ervaringsdeskundigen zo belangrijk. Wij zijn de brug. Wij spreken de taal van de systemen én de taal van de straat. We kunnen beleid menselijk maken, hulpverlening effectiever en vooroordelen doorbreken. Als je de kloven niet ziet, ga je hulp bieden die niemand bereikt. Maar als je luistert naar mensen die het zelf hebben meegemaakt, bouw je geen muren, maar bruggen.’