Van pionieren naar professionaliseren
Expertisecentrum Sterk uit Armoede, Ixta Noa, Markieza, Movisie, Steiger B en RadarAdvies werken aan een samenleving waarin ervaringsdeskundigheid een volwaardige plek inneemt als bron van kennis en verandering. In deze artikelenreeks vertellen de samenwerkende organisaties waar zij voor staan en hoe zij bijdragen aan een inclusiever, mensgerichter en rechtvaardiger sociaal domein.
Movisie is een landelijk kennisinstituut voor sociale vraagstukken. De stichting onderzoekt maatschappelijke problemen zoals armoede, eenzaamheid en huiselijk geweld. Movisie helpt overheden en professionals in het sociaal domein met feiten en advies om mensen in een kwetsbare positie beter te ondersteunen.
Als senior ervaringsdeskundige bij Movisie weet Jeroen de Haan-Rißmann als geen ander hoe belangrijk het is dat ervaringsdeskundigheid serieus wordt genomen. Zestien jaar geleden begon hij in het vak. ‘Dat was nog echt pionieren. Een tijd waarin we veel zelf moesten bedenken en ontwikkelen. Er waren wel basiscursussen en experimenten op mbo- en hbo-niveau, maar ik heb het vak aangeleerd met behulp van mensen die al langer bezig waren, volgens het meester-gezelprincipe.’ Ook de organisaties waarin hij terechtkwam, moesten nog ontdekken wat een ervaringsdeskundige precies kwam doen. Dat beeld is volgens Jeroen nog altijd niet overal scherp. ‘Er wordt soms gedacht: jij vertelt je verhaal aan anderen en dat geeft hen inzicht of inspiratie. Dat is een heel versimpeld beeld van ervaringsdeskundigheid. Als je het goed wilt doen, moet je eerst een beeld vormen van wat je eigenlijk onder ervaringsdeskundigheid verstaat. Zien we daar gelaagdheid in? Wat is ervoor nodig om het goed in te richten? En bereid ook de andere mensen in je organisatie daarop voor.’
Blijven ontwikkelen
Jeroen werkte als ervaringsdeskundige veel binnen de psychiatrie en bracht daarnaast zijn ervaring als docent mee. Die combinatie komt hem nog dagelijks van pas. In zijn werk bij Movisie houdt hij zich onder meer bezig met de professionalisering van ervaringsdeskundigheid. Zo was hij betrokken bij de herziene versie van de handreiking voor het samenwerken met ervaringsdeskundigen. Zulke hulpmiddelen helpen organisaties om beter vorm te geven aan de samenwerking. ‘Het moet goed beschreven zijn wat er van een ervaringsdeskundige wordt verwacht, maar ook wat een ervaringsdeskundige van de organisatie mag verwachten. Dat de dingen eromheen goed geregeld zijn en dat je jezelf als ervaringsdeskundige kunt blijven ontwikkelen. De organisatie en de ervaringsdeskundige moeten weten wat ze aan elkaar ebben en wat ze van elkaar mogen verwachten.’
Diploma niet maat der dingen
Daarbij raakt Jeroen aan een bredere maatschappelijke ontwikkeling. ‘We leven in een maatschappij die het vooral zoekt in diplomacratie. Het onderwijs zegt: er is een nieuw vak, daar gaan we onderwijs voor ontwikkelen. En vervolgens zegt het werkveld: er zijn opleidingen, die gaan we verplicht stellen. Voor je het weet, wordt professionaliteit gelijkgesteld aan het hebben van een diploma. Ik heb niets tegen diploma’s, maar ze zijn wat mij betreft niet de maat der dingen. Het gaat er vooral om dat je je vak goed beheerst én dat je goed kunt duiden: dit is waar wij voor staan en dit is wat ik kom doen.’
Het vak wordt volwassen, constateert Jeroen. Maar daarbij moeten de oorspronkelijke idealen niet uit het oog worden verloren. ‘Als je eenmaal je positie hebt verworven als ervaringsdeskundige in een organisatie moet je ervoor oppassen dat je niet te veel de kleur aanneemt van het water om je heen, want je opgave is juist om tegenlicht te laten schijnen wanneer dat nodig is, vanuit cliënt- of burgerperspectief. Bijvoorbeeld dat bepaald beleid de mensen voor wie het bedoeld is helemaal niet bereikt.’
Meneer de directeur
Toen hij begon als ervaringsdeskundige in de ggz, vroeg hij zich af hoe hij zich moest kleden. Hij kwam uit de popwereld, waar een bandshirt en spijkerbroek de normaalste zaak van de wereld waren. ‘Als ik in een bandshirt rondliep in de ggz, merkte ik dat medewerkers daar van alles van vonden: dat mannetje met die shirts. En als ik daar een colbert over aantrok kreeg ik van cliënten of vrijwilligers te horen: Zo, meneer de directeur. Het is een klein voorbeeld, maar voor mij raakt het aan iets groters: ervaringsdeskundigen moeten hun eigen perspectief en positie kunnen behouden. Het is belangrijk dat we de idealen blijven koesteren waarmee het vak ooit is begonnen.’
Samen verder
Wat vindt hij de waarde van de samenwerking tussen de zes organisaties? ‘We hebben los van elkaar veel te bieden, maar samen nog veel meer. We vullen elkaar aan en kunnen gebruikmaken van elkaars kennis en kunde. We kunnen met elkaar brainstormen en overleggen. Je hoeft niet steeds het wiel uit te vinden als een collega dat al heeft gedaan. Wij hebben bijvoorbeeld de workshop APK Ervaringsdeskundigheid ontwikkeld. Daarin wordt de metafoor gebruikt van een auto: de bolide van ervaringsdeskundigheid gaat naar de APK. Zit er nog lucht in de banden? Is er voldoende brandstof? Wie zit er achter het stuur en wie op de achterbank? Zo’n metafoor kan een ander gesprek op gang brengen en een nieuwe slinger geven aan de interne dialoog over ervaringsdeskundigheid. De APK is ook beschikbaar voor de andere vijf organisaties om mee te werken en te gebruiken in hun netwerk.’