Direct naar hoofdinhoud
Gepubliceerd op

Armoede is geen onvermijdelijk lot. Door sterkere samenwerking tussen de Rijksoverheid, gemeenten, bedrijven, het maatschappelijk middenveld én de mensen om wie het gaat kunnen we armoede voorkomen, verzachten en oplossen. Dat schrijven Araya Sumter en Justine Ruitenberg van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Team Armoede en Schulden van het ministerie behaalde de tweede plaats bij de Marion Mus-trofee.

In Nederland leven 540.000 mensen (waarvan 115.000 kinderen) onder de armoedegrens. Daarnaast leven 1,2 miljoen mensen nét boven die grens. Dit is niet de werkelijke omvang van armoede. Groepen zoals dak- en thuislozen, ongedocumenteerden en werkloze arbeidsmigranten zitten niet in de cijfers. Kortom, bijna 2 miljoen mensen komen niet of moeilijk rond in Nederland.

Armoede ontstaat door onverwachte levensgebeurtenissen, fouten in (uitvoering van) regelgeving of wordt van generatie op generatie doorgegeven. Vaak is armoede niet de schuld van mensen zelf, maar voelt het wel zo. En krijgen mensen een schuldgevoel aangepraat. Zelfs als de situatie verbetert, blijft het gevoel van onvolwaardigheid en onzekerheid over wie je bent en wat je kunt. Herinneringen vormen je identiteit. Alleen een duurzame integrale aanpak vanuit het perspectief van de mensen zelf en vanuit vertrouwen kan de armoedecirkel doorbreken.    

Samenwerking is cruciaal

Het Nationaal Programma Armoede en Schulden wil armoede voorkomen, mensen ondersteunen en (echt) vooruithelpen. Dit lukt alleen met politieke wil én als de Rijksoverheid intensief samenwerkt met gemeenten, het bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties en de mensen om wie het gaat.

Ieder heeft daarbij een eigen rol. Het Rijk is stelselverantwoordelijk op macroniveau. Het bepaalt uitkeringen, toeslagen en het minimumloon, maakt wetten, bestuurlijke afspraken, geeft subsidies aan landelijke organisaties en stimuleert innovatie.

Gemeenten voeren, op mesoniveau, ieder op hun eigen manier het armoedebeleid uit. Hierbij ligt de focus op extra ondersteuning in tijden van nood, bijvoorbeeld door het toekennen van bijzondere bijstand en ondersteuning aan bewoners om mee te kunnen doen aan de maatschappij. Maatschappelijke organisaties (grotendeels gefinancierd door privaat geld) zijn daaromheen een derde laag van ondersteuning, vaak uitgevoerd door vrijwilligers en ervaringsdeskundigen (microniveau). Zij staan daarmee letterlijk en figuurlijk het dichtst bij de inwoners.

Versterking van de regierol

De Rijksoverheid kan een grotere rol pakken als het gaat om het creëren en faciliteren van samenwerking tussen de drie verschillende niveaus. Beleid krijgt dan vorm in dialoog en gelijkwaardige samenwerking met gemeenten, inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties.

Dat kan door het creëren van de zogenaamde boundary spaces (tussenruimtes waarin verschillende werelden elkaar ontmoeten, grenzen vervagen en iets nieuws kan ontstaan) waarin plaats is voor samen leren, innovatieve experimenten, fouten maken en gedeeld eigenaarschap. Bestaande voorbeelden hiervan zijn denktanks en klankborgroepen met gemeenten, maatschappelijke organisaties, ervaringsdeskundigen en kennisinstituten.

Hierin bespreken we samen de uitkomsten van onderzoeken en beleidsvoornemens om zo tot oplossingen te komen die écht werken. Een goed voorbeeld van publieke en private samenwerking op werkgeversniveau is de Stichting Financiële Gezondheid Nederland. Aanvullend kan gedacht worden aan een nationaal ketenbestuur waarin gedeeld eigenaarschap tot uiting komt met respect voor ieders rol.

Een stem voor onzichtbare groepen

De veelheid aan loketten en initiatieven maakt het voor inwoners moeilijk om hulp te vinden. De hulp is onvoldoende afgestemd, waardoor vraag en aanbod elkaar niet bereiken. Mensen in een kwetsbare situatie staan hierdoor voor een complex en versnipperd aanbod van dienstverlening. En dat terwijl de verantwoordelijkheid op dit terrein de afgelopen decennia meer en meer bij mensen zelf is gelegd. Veel mensen zijn hierdoor vindingrijk en trots, ondanks de armoede, ondanks dat het werk hen onvoldoende zekerheid en loon biedt. Maar dit maakt hun situatie ook minder zichtbaar. Het politieke vraagstuk van armoede en ongelijkheid is hierdoor gereduceerd tot het probleem van de mensen zelf.

Collectieve actie

Het is nodig dat de stem van mensen in armoede weer collectief wordt en gehoord. Organisaties zoals Sterk uit Armoede en Warm Rotterdam en Onzichtbaar Den Haag laten zien hoe dit kan. Maar het vergt meer om de groep onzichtbaren een podium te bieden. Door het organiseren van tegenkracht, door signalen uit de maatschappij actief op te halen en te verwerken in het beleid en de uitvoering, kunnen we het duizelingwekkende aanbod van hulp beter en eenvoudiger maken. En de behoeften en ervaringen van mensen centraal stellen.

Door gezamenlijk doelen te formuleren, afspraken te maken en netwerken te creëren, kunnen we het private en publieke kapitaal veel effectiever en efficiënter inzetten. Er ligt een enorme onontgonnen kracht in de verbinding tussen Rijk, gemeenten en de samenleving. Laten we die kracht vinden en samen armoede bestrijden.

Araya Sumter, directeur-generaal Sociale Zekerheid & Integratie ministerie van SZW.

Justine Ruitenberg, programmadirecteur Armoede en Schulden ministerie van SZW.

Helpt U de bestaanszekerheid van Sterk uit Armoede te verstevigen? Doneer!Lees hier meer